Toyota Aygo: Wegrijden op een helling - Rijden met de auto - Voordat u gaat rijden - Rijden - Toyota Aygo - InstructieboekjeToyota Aygo: Wegrijden op een helling

Multi-Mode Transmissie

1. Trap het rempedaal in, activeer de parkeerrem en zet de selectiehendel in stand E of M.

Als de selectiehendel in stand E wordt gezet: Controleer of op het display van de positie-indicator E wordt weergegeven.

Als de selectiehendel in stand M wordt gezet: Controleer of op het display van de positie-indicator 1 wordt weergegeven.

2. Trap het gaspedaal geleidelijk in.

3. Deactiveer de parkeerrem.

Handgeschakelde transmissie

1. Houd de parkeerrem geactiveerd, trap het koppelingspedaal volledig in en zet de selectiehendel in de 1e versnelling.

2. Trap het gaspedaal een beetje in en laat tegelijkertijd het koppelingspedaal geleidelijk opkomen.

3. Deactiveer de parkeerrem.

■Als u wegrijdt op een helling omhoog (auto's met Hill Start Assist Control) De Hill Start Assist Control wordt geactiveerd.

■Regen, rijden in de

■Inrijden van uw nieuwe Toyota Voor een maximale levensduur van de auto adviseren wij rekening te houden met onderstaande aanwijzingen:

  • Rijd niet met extreem hoge snelheden.
  • Vermijd plotseling sterk accelereren.
  • Rijd niet langdurig in een lage versnelling.
  • Rijd niet langdurig met een constante snelheid.

■Rijden in het buitenland Zorg ervoor dat uw auto voldoet aan de in het desbetreffende land geldende wettelijke voorschriften en controleer of de juiste brandstof verkrijgbaar is.

WAARSCHUWING Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht.

Het niet in acht nemen van de voorzorgsmaatregelen kan ernstig letsel tot gevolg hebben.

■Starten van de motor (auto's met Multi-Mode Transmissie) Houd het rempedaal altijd ingetrapt als de auto stilstaat en de motor draait.

Dit voorkomt onverwachts bewegen van de auto.

■Tijdens het rijden

  • Zorg ervoor dat u, voordat u wegrijdt, blindelings het gas- en rempedaal kunt vinden.
  • Als u per ongeluk in plaats van het rempedaal het gaspedaal intrapt, zal de auto onverwacht accelereren, wat een ongeval tot gevolg kan hebben.
  • Bij het achteruitrijden draait u wellicht uw lichaam, waardoor het bedienen van de pedalen moeilijk wordt. Zorg dat u de pedalen altijd goed kunt bedienen.
  • Zorg dat u altijd in de juiste houding achter het stuur zit, ook als de auto maar kort hoeft te rijden. Zo kunt u rem- en gaspedaal goed bedienen.
  • Trap het rempedaal met uw rechtervoet in. Wanneer u het rempedaal met uw linkervoet intrapt, kan in een noodgeval uw reactie vertraagd worden, waardoor een ongeval kan ontstaan.
  • Rijd niet met de auto over licht ontvlambare materialen en parkeer de auto ook niet in de buurt van dergelijke materialen.

    Het uitlaatsysteem en de uitlaatgassen kunnen zeer heet worden. Deze hete onderdelen kunnen brand veroorzaken als er licht ontvlambaar materiaal aanwezig is.

  • Zet de motor niet uit tijdens het rijden. Door de motor tijdens het rijden uit te zetten, verliest u niet de controle over het stuurwiel of de remmen, maar werkt de bekrachtiging van deze systemen niet meer. Hierdoor zullen het remmen en sturen veel zwaarder gaan dan normaal. Zet in dat geval de auto aan de kant zodra dit veilig kan.

    In geval van nood echter, bijvoorbeeld als de auto onmogelijk op de normale manier tot stilstand kan worden gebracht

  • Rem bij het afdalen van een steile helling af op de motor (terugschakelen) om een veilige snelheid aan te kunnen houden.

    Het continu gebruiken van de remmen kan leiden tot oververhitting en een verminderde remwerking.

  • Verstel het stuurwiel, de stoel en de binnen- en buitenspiegels niet tijdens het rijden.

    Als u dat wel doet, kunt u de macht over het stuur verliezen.

  • Controleer altijd of alle passagiers hun armen, hoofd en andere lichaamsdelen binnen de auto houden.

 

WAARSCHUWING Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht.

Het niet in acht nemen van de voorzorgsmaatregelen kan ernstig letsel tot gevolg hebben.

■Tijdens het rijden op een glad wegdek

  • Door plotseling remmen, accelereren en sturen kunnen de banden hun grip verliezen, met controleverlies tot gevolg.
  • Door plotseling accelereren, afremmen op de motor als gevolg van schakelen, of wijzigingen in het motortoerental kan de auto in een slip raken.
  • Trap, nadat u door een plas bent gereden, het rempedaal lichtjes in om ervoor te zorgen dat de remmen goed werken. Door natte remblokken kan de remwerking afnemen. Remmen die aan één kant van de auto nat zijn en niet goed werken, kunnen de besturing bemoeilijken.

■Bedienen van de selectiehendel

  • Laat bij auto's met Multi-Mode Transmissie de auto niet achteruit rollen als de vooruitversnelling is ingeschakeld of vooruit rollen terwijl de selectiehendel in stand R staat.

    Als dat wel gebeurt, kan de motor afslaan of kan de auto niet op de juiste manier op rem- en stuurcommando's reageren, waardoor een ongeval of schade aan de auto kan ontstaan.

  • Zet de selectiehendel tijdens het vooruitrijden niet in stand R.

    Als u dat wel doet, kan er schade aan de transmissie ontstaan waardoor u de controle over de auto kunt verliezen.

  • Zet de selectiehendel nooit in stand E of M (Multi-Mode Transmissie) of de 1e versnelling (handgeschakelde transmissie) terwijl de auto achteruitrijdt.

    Als u dat wel doet, kan er schade aan de transmissie ontstaan waardoor u de controle over de auto kunt verliezen.

  • Zet de selectiehendel tijdens het rijden niet in stand N. Als u dat wel doet, wordt de verbinding tussen de motor en de transmissie verbroken. Als de transmissie in stand N staat, is afremmen op de motor niet mogelijk.
  • Zet bij auto's met een Multi-Mode Transmissie de selectiehendel niet in een andere stand als het gaspedaal is ingetrapt. Als de selectiehendel in een andere stand dan N wordt gezet, kan de auto onverwacht snel accelereren, waardoor een aanrijding en ernstig letsel kunnen ontstaan.

 

WAARSCHUWING

■Bij stilstaande auto

  • Laat de motor niet met te veel toeren draaien.

    Als de transmissie in een andere stand dan N staat, kan de auto onverwachts accelereren, waardoor er een ongeval kan ontstaan.

  • Voorkom bij auto's met Multi-Mode Transmissie het ontstaan van ongelukken door het wegrollen van de auto en houd het rempedaal altijd ingetrapt als de motor draait, activeer indien nodig de parkeerrem.
  • Voorkom voor- of achteruitrollen van de auto bij stoppen op een helling, waardoor een ongeval kan ontstaan: trap altijd het rempedaal in en activeer de parkeerrem indien nodig.
  • Voorkom dat de motor met een te hoog toerental draait.

    Als de motor met een hoog toerental draait terwijl de auto stilstaat, kan het uitlaatsysteem oververhit raken, hetgeen brand kan veroorzaken als er brandbaar materiaal aanwezig is.

■Als de auto geparkeerd is

  • Laat geen brillen, aanstekers, spuitbussen of blikken frisdrank in de auto liggen als deze in de zon geparkeerd staat.

    Dit kan resulteren in het volgende:

  • Een aansteker of spuitbus kan gas gaan lekken, waardoor brand kan ontstaan.
  • De temperatuur in de auto kan zo hoog oplopen dat kunststof brillenglazen en kunststof monturen kunnen vervormen of barsten.
  • Blikjes frisdrank kunnen openbarsten, waardoor de inhoud in het interieur terechtkomt. Bovendien kan de vloeistof kortsluiting in de elektrische componenten van de auto veroorzaken.
  • Laat geen aanstekers achter in de auto. Als een aansteker in het dashboardkastje of op de vloer ligt, kan deze per ongeluk gaan branden als er bagage wordt geplaatst of een stoel wordt afgesteld en brand veroorzaken.
  • Plak geen parkeerschijven op de voorruit of andere ruiten. Plaats geen reservoirs zoals luchtverfrissers op het instrumentenpaneel of dashboard.

    Deze parkeerschijven of reservoirs kunnen als een lens werken en brand veroorzaken in de auto.

  • Laat geen portier of ruit open als het gebogen glas van naastliggende gebouwen voorzien is van een gemetalliseerde film, bijvoorbeeld een zilverkleurige folie. Weerkaatst zonlicht kan van het glas een lens maken en brand veroorzaken.

 

WAARSCHUWING
  • Activeer bij auto's met Multi-Mode Transmissie altijd de parkeerrem, zet de selectiehendel in stand E, M of R, schakel de motor uit en sluit de auto af.

    Laat de auto niet onbeheerd achter met draaiende motor.

  • Raak de uitlaatpijp niet aan als de motor draait en ook niet net na het uitzetten van de motor.

    Anders kunt u brandwonden oplopen.

  • Auto's met Multi-Mode Transmissie: Zet de motor niet uit totdat de eerste versnelling of de achteruit volledig is ingeschakeld. Gebruik de positieindicator om te controleren of de versnelling correct is ingeschakeld.

    Als u dat niet doet, kan de auto in beweging komen waardoor een ongeluk kan ontstaan.

■Als u even gaat slapen in de auto Zet de motor altijd uit. Anders zou u per ongeluk de selectiehendel kunnen verplaatsen of het gaspedaal in kunnen trappen, waardoor een ongeval zou kunnen ontstaan of de motor oververhit zou kunnen raken en brand kan ontstaan.

Verder kunnen uitlaatgassen in een slecht geventileerde omgeving in de auto terechtkomen, hetgeen zeer schadelijk is voor de gezondheid.

■Bij het remmen

  • Rijd voorzichtiger wanneer de remmen nat zijn.

    De remweg neemt toe als de remmen nat zijn en bovendien kan vocht ertoe leiden dat de ene kant van de auto sterker afgeremd wordt dan de andere kant. Ook de werking van de parkeerrem kan door vocht in negatieve zin beïnvloed worden.

  • Rijd niet te dicht achter een andere auto als de rembekrachtiging niet werkt en vermijd afdalingen en scherpe bochten die krachtig afremmen noodzakelijk maken.

    In dit geval kan de auto nog wel worden afgeremd, maar moet er een grotere kracht op het rempedaal worden uitgeoefend dan normaal. De remweg zal ook langer zijn. Laat uw remmen onmiddellijk repareren.

  • Rem niet "pompend" als de motor afgeslagen is.

    Elke keer dat het rempedaal wordt ingetrapt, wordt er weer een gedeelte van de reserveremdruk verbruikt.

  • Het remsysteem bestaat uit twee afzonderlijke hydraulische systemen: als een van de beide systemen uitvalt, werkt het andere systeem nog wel. In dat geval moet het rempedaal krachtiger worden ingetrapt dan gewoonlijk en neemt ook de remweg toe.

    Laat uw remmen onmiddellijk repareren.

 

OPMERKING

■Tijdens het rijden

  • Trap tijdens het rijden niet tegelijkertijd het gaspedaal en het rempedaal in, anders neemt het aandrijfkoppel mogelijk af.

Multi-Mode Transmissie

  • Gebruik niet het gaspedaal of de wegrijhulp om de auto op een helling op zijn plaats te houden.

    Anders kan de koppeling beschadigd raken.

Transmissie, handgeschakelde

  • Schakel alleen een andere versnelling in als het koppelingspedaal helemaal is ingetrapt. Laat na het schakelen het koppelingspedaal geleidelijk opkomen. Anders kunnen de koppeling, de transmissie en de versnellingen beschadigd raken.
  • Let op het volgende om te voorkomen dat de koppeling beschadigd raakt.
  • Laat uw voet tijdens het rijden niet op het koppelingspedaal rusten.

    Dit kan problemen met de koppeling veroorzaken.

  • Gebruik voor het wegrijden alleen de eerste versnelling.

    Anders kan de koppeling beschadigd raken.

  • Gebruik de koppeling niet om de auto op een helling stil te laten staan.

    Anders kan de koppeling beschadigd raken.

  • Zet de selectiehendel niet in stand R terwijl de auto nog rijdt. Anders kunnen de koppeling, de transmissie en de versnellingen beschadigd raken.

■Vermijd schade aan onderdelen van de auto

  • Draai het stuurwiel niet gedurende langere tijd in een van beide richtingen tegen de aanslag aan.

    Anders kan schade aan de stuurbekrachtigingsmotor ontstaan.

  • Rijd zo langzaam mogelijk over oneffenheden in de weg om schade aan de wielen, de onderzijde van de auto, enz. te vermijden.

■Als u tijdens het rijden een lekke band krijgt Een lekke of beschadigde band kan leiden tot de onderstaande situaties.

Houd het stuurwiel stevig vast en trap het rempedaal geleidelijk in om de auto tot stilstand te brengen.

  • Het kan moeilijk zijn om de auto onder controle te houden.
  • De auto kan abnormale geluiden maken of trillen.
  • De auto kan abnormaal gaan overhellen.

Informatie over wat u moet doen in het geval van een lekke band.

 

OPMERKING

■Overstroomde wegen Rijd niet op wegen die na zware regenval e.d. zijn overstroomd. Indien u dat toch doet, kan de auto hierdoor ernstig worden beschadigd.

  • Motor slaat af
  • Kortsluiting in elektrische componenten
  • Motorschade door onderdompeling in water

Nadat u op een overstroomde weg hebt gereden en de auto onder water heeft gestaan moet het volgende worden nagekeken door een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige:

  • Remwerking
  • Peil en kwaliteit van motorolie, transmissievloeistof, enz.
  • Smering van de lagers en de wielophanging (indien mogelijk) en de werking van alle koppelingen, lagers, enz.
Zie ook:

KIA Picanto. Controleer de bougies en het ontstekingssysteem
Controleer de bougies zoals beschreven staat in "Bougies (benzinemotor, FFV)" en vervang ze indien nodig. Controleer ook de bedrading en de onderdelen van het ontstekingssysteem op sch ...

Hyundai i10. Het schoonmaken van de veiligheidsgordel
Maak de gordelband schoon met een milde zeepoplossing aanbevolen voor het schoonmaken van tapijt. Volg de gebruiksinstructies. Gebruik geen agressieve middelen, deze kunnen een negatieve invloe ...

KIA Picanto. Zekering motorruimte vervangen
1. Zet het contact en alle andere schakelaars uit. 2. Verwijder het deksel van de zekeringkast door de lippen in te drukken en het deksel omhoog te trekken. Wanneer de platte zekering is ...

Modellen: