KIA Picanto: Richtingaanwijzers

Om de richtingaanwijzers te kunnen gebruiken, moet het contact in de stand ON staan. Beweeg de combischakelaar omhoog of omlaag (A) om de richtingaanwijzers in te schakelen.
De groene, pijlvormige controlelampjes op het instrumentenpaneel geven aan welke richtingaanwijzer in werking is.
Na het nemen van de bocht worden de lampjes automatisch uitgeschakeld.
Zet de combischakelaar handmatig terug in de middenstand als de richtingaanwijzers na een bocht blijven knipperen.
Beweeg de combischakelaar gedeeltelijk naar beneden of naar boven en houd hem vast (B) om een wisseling van rijstrook aan te geven. Als u de combischakelaar loslaat, keert deze weer terug naar zijn oorspronkelijke positie.
Wanneer een controlelampje blijft branden, niet knippert of abnormaal knippert, kunnen één of meer lampen doorgebrand zijn en moeten deze worden vervangen.
Impulsbediening richtingaanwijzers bij rijstrookwisseling (indien van toepassing)
Om de impulsbediening van de richtingaanwijzers bij rijstrookwisseling te activeren, beweegt u de combischakelaar iets en laat hem dan weer los. De richtingaanwijzers knipperen 3 ~ 7 keer. U kunt het knipperinterval wijzigen bij de verlichting onder Gebruikersinstellingen
OPMERKING Als de richtingaanwijzer abnormaal snel of langzaam knippert, duidt dit op een kapotte lamp of een slecht contact in het circuit van de richtingaanwijzers.
Peugeot 108. Verwarming
De verwarming werkt uitsluitend bij draaiende motor.
Temperatuurregeling
Draai de knop van blauw (koud) naar rood (warm) om de temperatuur naar
uw wens in te stellen.
Regeling luchtopbrengst
...
Mercedes-Benz A-Klasse. HOLD-functie uitschakelen
De HOLD-functie wordt uitgeschakeld, als:
gas wordt gegeven. Bij auto's met
automatische transmissie alleen als de
transmissie zich in de stand
...
Hyundai i10. Luchtinname
Dit wordt gebruikt om de buitenluchtpositie
of recirculatiepositie te selecteren.
Om de circulatie te veranderen naar reciculatie,
druk op de controle knop.
Recirculatie luchtpositie
De lamp ...