Fiat 500: Lampjes en meldingen - Kennismaking met de auto - Fiat 500 - InstructieboekjeFiat 500: Lampjes en meldingen

BELANGRIJKE OPMERKINGEN

BELANGRIJK Lampjes worden vergezeld van een specifiek bericht en/of een geluidssignaal wanneer van toepassing. Deze meldingen zijn korte waarschuwingen en mogen vanwege hun beknopte karakter niet worden beschouwd als volledig en/of een alternatief voor de informatie die is opgenomen in het Instructieboek. Het wordt daarom geadviseerd het instructieboek altijd aandachtig te lezen.

Zie de informatie in dit hoofdstuk in de gevallen dat een storing wordt gemeld.

BELANGRIJK De storingen die op het display worden weergegeven, kunnen worden onderverdeeld in twee categorieën: ernstige storingen en minder ernstige storingen. Ernstige storingen worden herhaaldelijk en langdurig weergegeven.

Minder ernstige storingen worden kort herhaaldelijk weergegeven. De weergavecyclus van beide categorieën kan worden onderbroken door op de knop Menu te drukken. Het lampje op het instrumentenpaneel blijft branden tot de oorzaak van de storing is verholpen.

LAAG REMVLOEISTOFNIVEAU/HANDREM – AANGETROKKEN

Het lampje gaat branden wanneer de contactsleutel naar de stand MAR wordt gedraaid, maar het moet even later doven.

Remvloeistofniveau te laag Dit lampje gaat branden wanneer het remvloeistofniveau in het reservoir zich onder het minimumpeil bevindt, bijvoorbeeld door een lek in het remcircuit. Bij sommige versies verschijnt een speciaal bericht op het display.

Handrem aangetrokken Het lampje gaat branden wanneer de handrem is aangetrokken.

Op bepaalde versies, als de auto in beweging is, klinkt er ook een geluidssignaal.

BELANGRIJK Controleer, als het lampje tijdens het rijden gaat branden, of de handrem is aangetrokken.

AIRBAG STORING

Het lampje gaat branden wanneer de contactsleutel naar de stand MAR wordt gedraaid, maar het moet even later doven.

Het lampje blijft continu branden als er een storing in het airbagsysteem is.

Bij bepaalde versies wordt op het display het bijbehorende bericht weergegeven.

AFKOELING HETE MOTOR

Het lampje gaat branden wanneer de contactsleutel naar de stand MAR wordt gedraaid, maar het moet even later doven.

Het lampje of symbool op het display gaat branden wanneer de motor oververhit is, op sommige versies, samen met een speciale melding op het display.

  • Tijdens een normale rit breng de auto tot stilstand, zet de motor af en controleer of het koelvloeistofniveau in het reservoir onder het MIN-teken staat. Als dit het geval is, wacht dan tot de motor is afgekoeld, draai vervolgens langzaam en voorzichtig de dop open, vul koelvloeistof bij en controleer of het peil tussen het MIN- en MAX-teken op het reservoir staat. Controleer ook op de aanwezigheid van vloeistoflekken. Als het waarschuwingslampje bij de volgende keer starten weer gaat branden, neem dan contact op met het Fiat Servicenetwerk.
  • wanneer het voertuig onder veeleisende omstandigheden wordt gebruikt (bijv. bij het bergop trekken van een aanhanger of wanneer de auto volgeladen is): ga langzamer rijden en, als het lampje blijft branden, breng de auto tot stilstand.

    Stop gedurende twee of drie minuten met lopende motor en geef een beetje gas om de circulatie van de koelvloeistof te vergemakkelijken, schakel vervolgens de motor uit. Controleer of het koelvloeistofpeil correct is, zoals hiervoor beschreven is.

BELANGRIJK Het is raadzaam om onder zware bedrijfsomstandigheden de motor voor het afzetten enkele minuten te laten draaien met het gaspedaal iets ingetrapt.

Op bepaalde versies wordt het speciale bericht weergegeven.

"DUALDRIVE" STORING ELEKTRISCHE STUURBEKRACHTIGING

Wanneer de contactsleutel naar MAR wordt gedraaid, gaat het lampje branden, maar dit moet na enkele seconden doven.

Als het lampje, bij sommige versies samen met het bericht op het display blijft branden, zou de elektrische stuurbekrachtiging niet meer kunnen werken waardoor aanzienlijk meer inspanning nodig is om het stuurwiel te bedienen, sturen blijft echter wel mogelijk.

Neem in dat geval contact op met het Fiat Servicenetwerk.

Als het lampje tijdens het rijden gaat branden (bij sommige versies verschijnt er ook een speciaal bericht op het display) zou de stuurbekrachtiging niet meer kunnen werken. Hoewel het mogelijk blijft de auto te besturen, kan het draaien van het stuurwiel meer inspanning vereisen: neem zo snel mogelijk contact op met het Fiat Servicenetwerk.

BELANGRIJK Onder bepaalde omstandigheden kan het branden van het lampje op het instrumentenpaneel te wijten zijn aan andere factoren dan de elektrische stuurbekrachtiging. Breng in dergelijke gevallen de auto tot stilstand (indien in beweging), zet de motor af en wacht ongeveer 20 seconden alvorens de motor opnieuw te starten.

Als het waarschuwingslampje blijft branden, contact opnemen met het Fiat Servicenetwerk.

BELANGRIJK Als de accu werd losgekoppeld moet de stuurbekrachtiging worden geïnitialiseerd. Het lampje gaat branden om dit aan te geven. Ga hiervoor als volgt te werk: draai het stuurwiel van het ene uiteinde naar het andere terwijl op een rechtlijnig traject van ongeveer honderd meter wordt gereden.

OPLADEN LEGE ACCU

Wanneer de contactsleutel in de stand MAR wordt gedraaid, gaat het lampje branden. Het moet doven nadat de motor is gestart (als de motor stationair draait, kan het voorkomen dat het lampje iets later dooft).

Als het lampje of het symbool op het display (samen met een speciale melding op het display op sommige versies) aan blijven, neem dan meteen contact op met het Fiat Servicenetwerk.

PORTIEREN/MOTORKAP/BAGAGERUIMTE OPEN (versies met multifunctioneel display)

Het lampje gaat branden op het display, samen met een speciaal bericht, bij sommige versies, wanneer één of meerdere portieren, de achterklep of de motorkap (voor bepaalde versies/markten) niet goed gesloten zijn.

Er klinkt ook een geluidssignaal als de portieren geopend zijn en de auto in beweging is.

ONVOLDOENDE MOTOROLIE/DRUK/UITGEWERKTE MOTOROLIE

Wanneer de contactsleutel in de stand MAR wordt gedraaid, gaat het lampje branden (voor bepaalde versies/markten), maar het moet doven zodra de motor is gestart.

OPMERKING voor bepaalde versies/markten kan het indicatielampje geel zijn.

Motoroliedruk te laag Het lampje gaat branden of het symbool wordt permanent weergegeven, samen met een bericht op het display (voor bepaalde versies/markten) wanneer het systeem detecteert dat de motoroliedruk laag is.

Motorolie verslechterd Het lampje gaat branden en er wordt een bericht weergegeven(voor bepaalde versies/markten).

Afhankelijk van de versie kan het lampje op verschillende manieren knipperen:

  • cycli van 3 minuten met intervallen van 5 seconden waarin het lampje niet brandt totdat de olie wordt ververst.

Na de aanvankelijke waarschuwing blijft het waarschuwingslampje, elke keer als de motor wordt gestart, op dezelfde manier knipperen tot de olie is ververst. In aanvulling op het waarschuwingslampje verschijnt er een speciaal bericht op het display (voor bepaalde versies/ markten). Het gaan branden van het lampje moet niet als een storing worden beschouwd, maar wil de bestuurder erop wijzen dat de motorolie moet worden ververst na een normaal gebruik van de auto.

De verslechtering van de olie wordt versneld door:

  • overwegend stadsgebruik van de auto, waardoor het DPF-regeneratieproces vaker moet worden uitgevoerd
  • gebruik van de auto voor korte ritten, waardoor de motor niet helemaal op bedrijfstemperatuur kan komen;
  • meermaals onderbreken van het regeneratieproces, aangegeven door het DPF waarschuwingslampje dat gaat branden.

PORTIEREN/MOTORKAP/BAGAGERUIMTE OPEN (kleurendisplay)

De symbolen verschijnen op het display, samen met een speciaal bericht, op sommige versies, wanneer één of meerdere portieren, de achterklep of de motorkap (voor bepaalde versies/markten) niet goed gesloten zijn.

Er klinkt ook een geluidssignaal als de portieren geopend zijn en de auto in beweging is.

STORING "DUALOGIC" VERSNELLINGSBAK (voor bepaalde versies/markten)

Wanneer de contactsleutel naar MAR wordt gedraaid, gaat dit lampje branden maar het moet na enkele seconden doven.

Het lampje gaat eerst knipperen, en er verschijnt een speciaal bericht op het display en er klinkt een geluidssignaal, om een storing in de versnellingsbak aan te geven.

VEILIGHEIDSGORDELS NIET OMGELEGD

Het lampje gaat continu branden wanneer bij stilstaand voertuig de veiligheidsgordel aan bestuurders- of passagierszijde (indien een passagier aanwezig is) niet is omgelegd.

Wanneer met de auto wordt gereden met niet goed omgelegde veiligheidsgordels, dan gaat het lampje knipperen en klinkt er een geluidssignaal.

Neem, voor permanente uitschakeling van het geluidssignaal (de zoemer) van het SBR-systeem. (Seat Belt Reminder)- systeem neem contact op met een Fiat Servicenetwerk. Het systeem kan te allen tijde via het Set-up-menu weer ingeschakeld worden.

EBD STORING (Multifunctioneel display)

Wanneer de waarschuwingslampjes bij draaiende motor tegelijk gaan branden, dan is er een storing in het EBD-systeem of is het systeem niet beschikbaar. In dit geval kunnen de achterwielen bij hard remmen plotseling blokkeren waardoor de auto begint te slippen.

Bij sommige versies verschijnt een speciaal bericht op het display.

Rijd zeer voorzichtig naar de dichtstbijzijnde werkplaats van het Fiat Servicenetwerk om het systeem te laten controleren.

EBD STORING (kleurendisplay)

Wanneer de waarschuwingslampjes bij draaiende motor tegelijk gaan branden, dan is er een storing in het EBD-systeem of is het systeem niet beschikbaar. In dit geval kunnen de achterwielen bij hard remmen plotseling blokkeren waardoor de auto begint te slippen.

Bij sommige versies verschijnt een speciaal bericht op het display.

Rijd zeer voorzichtig naar de dichtstbijzijnde werkplaats van het Fiat Servicenetwerk om het systeem te laten controleren

SNELHEIDSLIMIET OVERSCHREDEN (Kleurendisplay – voor bepaalde versies/markten)

Het symbool wordt weergegeven op het display samen met een speciaal bericht en een geluidssignaal, wanneer het voertuig de snelheidslimiet overschrijdt in het setupmenu (bijv. 120 km/h).

PASSAGIERSAIRBAG/ZIJAIRBAGS UITGESCHAKELD

Het lampje geeft de status aan van de passagiersairbagbescherming. Als het lampje uit is, is de airbag van de passagier actief: gebruik het Setup Menu om deze zijairbag uit te schakelen (in dat geval gaat de led branden). Wanneer de motor wordt gestart (sleutel in stand MAR), brandt het waarschuwingslampje gedurende ongeveer 8 seconden, als ten minste 5 seconden na de vorige uitschakeling zijn verstreken. Als dit niet het geval is, neem dan contact op met het Fiat Servicenetwerk.

Als de motor binnen 5 seconden opnieuw wordt in-/uitgeschakeld, kan het waarschuwingslampje gedoofd blijven.

Controleer in dit geval de correcte werking van het lampje, zet de motor af, wacht minstens 5 seconden en start de motor weer.

Het controlelampje kan met verschillende lichtsterkte branden, afhankelijk van de voertuigcondities.

De lichtsterkte kan ook tijdens dezelfde sleutelcyclus variëren.

ABS STORING

Het lampje gaat branden wanneer de contactsleutel naar de stand MAR wordt gedraaid, maar het moet even later doven.

Het lampje gaat branden, bij sommige versies verschijnen er een bericht en een symbool op het display, als het systeem niet doeltreffend of niet beschikbaar is. In dat geval blijft het remsysteem normaal werken, maar met uitsluiting van het ABS-systeem.

Rijd zeer voorzichtig wendt u zo snel mogelijk tot het Fiat Servicenetwerk.

ASR-SYSTEEM AFGESLOTEN (Kleurendisplay)

Het symbool gaat samen met een speciaal bericht op het kleurendisplay branden wanneer het ASR-systeem is uitgeschakeld met behulp van de ASR-OFF knop op het dashboard. Tegelijkertijd gaat de led in de knop branden.

UITSCHAKELING Start&Stop-SYSTEEM (voor bepaalde versies/markten)

De uitschakeling van het Start&Stop-systeem wordt aangeduid door het gaan branden van het lampje of het symbool op het display samen met een speciaal bericht op het dislpay op sommige versies.

START&STOP SYSTEEM ACTIEF (voor bepaalde versies/markten)

Dit lampje vast gaat branden, verschijnt er ook een bericht op het display, op sommige versies, als er een storing is in het Start&Stopsysteem.

START&STOP SYSTEEMSTORING (versies met kleurendisplay) (voor bepaalde versies/markten)

Het symbool verschijnt samen met een bericht op het display op sommige versies, als er een storing is in het Start&Stopsysteem. Ga zo gauw mogelijk naar een Fiat Servicenetwerk.

STORING INSPUIT/ EOBD SYSTEEM FAULT

Onder normale omstandigheden gaat het lampje branden als de contactsleutel in de stand MAR wordt gedraaid. Het moet doven nadat de motor is gestart.

Het lampje blijft branden of gaat branden tijdens het rijden, op sommige versies samen met een speciaal bericht op het display, als het inspuitsysteem niet goed werkt. In het bijzonder duidt een continu brandend lampje op een storing in het inspuit-/ontstekingssysteem die zou kunnen leiden tot overmatige uitlaatgasemissies, mogelijk prestatieverlies, slechte rijeigenschappen en een hoog brandstofverbruik.

Onder deze omstandigheden kan met gematigde snelheid verder gereden worden zonder te veel eisen aan de motor te stellen.

Het langdurig rijden met brandend lampje kan schade veroorzaken.

Neem zo snel mogelijk contact op met het Fiat Servicenetwerk.

Alleen benzinemotoren Als het waarschuwingslampje knippert, betekent dit dat de katalysator beschadigd kan zijn.

Als het waarschuwingslampje knippert moet het gaspedaal worden losgelaten om het motortoerental te verlagen, totdat het lampje niet meer knippert. Rijd verder met gematigde snelheid en voorkom rijomstandigheden die kunnen leiden tot het opnieuw gaan knipperen van het lampje. Neem zo spoedig mogelijk contact op met het Fiat Servicenetwerk.

DPF REINIGING (OPVANG ROETDEELTJES) BEZIG (diesel versies met DPF)

Het lampje gaat branden wanneer de contactsleutel naar de stand MAR wordt gedraaid, maar het moet even later doven.

Het lampje of symbool gaat continu branden, bij sommige versies verschijnt ook een speciaal bericht op het display, om de bestuurder te waarschuwen dat het DPF-systeem bezig is met het verwijderen van de opgehoopte vervuilende deeltjes (roet) door middel van het regeneratieproces.

Het lampje blijft uit tijdens het regeneratieproces; het gaat alleen branden als de rijomstandigheden de aandacht van de bestuurder vereisen.

Het voertuig moet tot de voltooiing van het regeneratieproces in beweging blijven opdat het lampje definitief dooft.

Een regeneratieproces duurt gemiddeld 15 minuten.

De optimale omstandigheden om het proces te voltooien worden bereikt door de voertuigsnelheid op 60 km/h te houden met een toerental van meer dan 2000 tpm.

Als dit lampje gaat branden, wijst dit niet op een storing en hoeft het voertuig dus niet naar een werkplaats te worden gebracht. Bij sommige versies verschijnt er, als het lampje gaat branden, ook een bericht op het display.

BRANDSTOFRESERVE - BEPERKT BEREIK

Het lampje gaat branden wanneer de contactsleutel naar de stand MAR wordt gedraaid, maar het moet even later doven.

Het lampje gaat branden of het symbool verschijnt op het display wanneer er nog ongeveer 5 liter brandstof in de tank is.

De driehoek rechts van het symbool geeft de zijde van de auto met de brandstofvulopening aan.

BELANGRIJK Als het lampje knippert of het symbool continu wordt weergegeven, afhankelijk van de versies, is er een storing in het systeem. Als dit het geval is, ga naar een Fiat Servicepunt om het systeem te laten controleren.

GLOEIBOUGIE/VOORVERWARMFOUT GLOEIBOUGIE (diesel versies)

Gloeibougies Dit lampje gaat branden wanneer de sleutel naar MAR wordt gedraaid (voor bepaalde versies/markten). Het lampje dooft zodra de voorgloeibougies de van te voren ingestelde temperatuur hebben bereikt. De motor kan worden gestart zodra het lampje gedoofd is.

BELANGRIJK Als de buitentemperatuur erg hoog of gematigd is, kan het lampje al na zeer korte tijd doven.

Storing voorgloeisysteem Het waarschuwingslampje gaat knipperen (bij sommige versies verschijnt er ook een speciaal bericht op het display) om een storing in het voorgloeisysteem aan te geven.

Neem in deze gevallen zo snel mogelijk contact op met het Fiat Servicenetwerk om de storing te laten verhelpen.

WATER IN DIESELFILTER (Dieselversies) Wanneer de contactsleutel naar MAR wordt gedraaid, verschijnt het symbool, maar dit moet na enkele seconden doven.

Het symbool blijft constant aan tijdens het rijden om aan te geven dat er water in het dieselfilter is waargenomen.

Bij sommige versies gaat, als alternatief ,het lampje èbranden en verschijnt er een speciaal bericht op het display.

STORING FIAT CODE SYSTEEM

Met de sleutel in de MAR-positie gaat op sommige versies het lampje of het symbool op het display continu aan, samen met een speciaal bericht op het display om een mogelijke fout in het Fiat CODE-systeem te signaleren.

Als het lampje of symbool bij draaiende motor knippert, betekent dit dat de auto niet beschermd is door de startblokkering.

Neem in dat geval zo snel mogelijk contact op met een Fiat Servicenetwerk.

MISTACHTERLAMPEN

Het lampje gaat branden wanneer de mistachterlichten worden ingeschakeld.

ALGEMENE STORINGSMELDING

Het lampje gaat onder de volgende omstandigheden branden. Neem in dergelijke gevallen contact op met het Fiat Servicenetwerk om de storing zo spoedig mogelijk te verhelpen.

Storing motoroliedruksensor Het waarschuwingslampje gaat branden als de motoroliedruksensor defect is.

Interventie/storing afsluiter van brandstoftoevoer Dit lampje gaat branden, bij sommige versies verschijnt er ook een speciaal bericht op het display, als er een storing is in inschakeling van de afsluiter van de brandstof.

Storing buitenverlichting Het lampje gaat aan wanneer er een externe lichtfout is waargenomen.

Storing parkeersensor Het waarschuwingslampje gaat branden en er verschijnt een bericht op het display wanneer er een storing van een parkeersensor gedetecteerd wordt.

Start&Stop-systeemfout (versies met multifunctioneel display) Een storing van het systeem wordt aangegeven door het aangaan van het lampje. Een speciaal bericht verschijnt op het instrumentenpaneel.

Storing waarschuwingslampje Airbag (voor bepaalde versies/markten) Het lampje gaat knipperen wanneer een fout van het ¬waarschuwingslampje wordt waargenomen.

ESC-SYSTEEM (voor bepaalde versies/markten)

Het lampje gaat branden wanneer de contactsleutel naar de stand MAR wordt gedraaid, maar het moet even later doven.

Inschakeling ESC-systeem Het lampje gaat tijdens het rijden knipperen om aan te geven dat het ESC systeem in werking is getreden. Storing ESC-systeem Als het lampje niet uit gaat of blijft branden samen met de LED op de knop ASR OFF tijdens het rijden.

Op het display verschijnt een bijbehorend bericht.

Neem contact op met het Fiat Servicenetwerk.

Storing Hill Holder Dit lampje gaat branden, bij sommige versies verschijnt er ook een bericht op het display, als er een storing is in het Hill Holdersysteem.

Neem in dat geval zo snel mogelijk contact op met een Fiat Servicenetwerk.

SLIJTAGE REMBLOKKEN

Het lampje gaat branden samen met een bijbehorend bericht op het display, als de remblokken van de voor- of achterremmen (voor bepaalde versies/markten) versleten zijn.

Laat ze in dat geval zo snel mogelijk vervangen.

KANS OP GLAD WEGDEK

Het symbool verschijnt op het display (bij sommige versies samen met een speciaal bericht) wanneer de buitentemperatuur gelijk is aan of lager is dan 3°C.

SERVICE (GEPROGRAMMEERD ONDERHOUD) VEVALLEN

Wanneer het onderhoudsinterval bijna is vervallen, verschijnt het symbool op het scherm, gevolgd door het aantal resterende kilometers of mijlen. Dit wordt automatisch weergegeven, met de contactsleutel op MAR, 2000 km (of het equivalent in mijlen) vóór de onderhoudsbeurt of, indien aanwezig, 30 dagen vóór de onderhoudsbeurt. Het wordt ook elke keer weergegeven wanneer de sleutel op MAR wordt gedraaid of, voor bepaalde versies/markten, om de 200 km (of het equivalent in mijlen).

Neem contact op met het Fiat Servicenetwerk om de werkzaamheden van het "Geprogrammeerd onderhoudsschema" te laten verrichten en het bericht te resetten.

BRANDSTOFAFSLUITSYSTEEM (kleurendisplay)

Het symbool en het bijbehorende bericht verschijnen op het kleurendisplay als de afsluiter van de brandstoftoevoer in werking treedt.

Voor de heractiveringsprocedure van het brandstofafsluitsysteem, zie de paragraaf "brandstofafsluitsysteem" inhet hoofdstuk "In een noodgeval".

STORING BRANDSTOFAFSLUITSYSTEEM (kleurendisplay)

Het symbool en het bijbehorende bericht verschijnen op het display als de afsluiter van de brandstoftoevoer defect is.

Neem contact op met het Fiat Servicenetwerk.

STORING BUITENVERLICHTING (kleurendisplay)

Het display toont een symbool en een speciaal bericht wanneer er een storing in een van de volgende lichten optreedt: dagrijlichten (DRL) - stadslichten - richtingaanwijzers - mistachterlicht - kentekenplaatverlichting.

De storing kan de volgende oorzaken hebben: lamp doorgebrand, zekering doorgebrand of elektrische verbinding onderbroken.

Het wordt geadviseerd contact op te nemen met het Fiat Servicenetwerk om de vloeistof te laten vervangen.

STORING REMLICHT (kleurendisplay)

Op het kleurendisplay verschijnt het symbool samen met een speciaal bericht wanneer er een storing in de remlichten is.

De storing kan de volgende oorzaken hebben: lamp doorgebrand, zekering doorgebrand of elektrische verbinding onderbroken.

Het is raadzaam contact op te nemen met een Fiat Servicenetwerk

STORING REGENSENSOR

Het symbool gaat branden als er een storing van de regensensor is. Neem zo snel mogelijk contact op met het Fiat Servicenetwerk.

STORING SCHEMERSENSOR

Het symbool gaat branden en er verschijnt een bericht op het display indien er een storing van de schemersensor is.

Neem zo snel mogelijk contact op met het Fiat Servicenetwerk.

STORING HILL HOLDER (kleurendisplay) (voor bepaalde versies/markten)

Het symbool wordt weergegeven op het display samen met een speciaal bericht als er een storing is in het Hill Holder systeem.

Neem in dit geval zo snel mogelijk contact op met een Fiat Servicenetwerk.

STORING SPEED LIMITER

Het symbool gaat branden als er een storing van het Speed Limiter-systeem is. Neem zo snel mogelijk contact op met het Fiat Servicenetwerk om de storing te laten verhelpen.

STORING PARKEERSENSOR (kleurendisplay – voor bepaalde versies/markten)

Het symbool wordt weergegeven op het display samen met een speciaal bericht als er een storing is in de parkeersensoren. Neem contact op met een Fiat Servicenetwerk.

iTPMS SYSTEEM (voor bepaalde versies/markten)

Lage bandenspanning Het lampje gaat continu branden om aan te geven dat de spanning van een of meer banden lager is dan de aanbevolen waarde of om een geleidelijk verlies van bandenspanning aan te geven.

Zo wordt de bestuurder door het iTPMS gewaarschuwd dat een of meer banden leeg en mogelijk lek kunnen zijn. In dat geval wordt geadviseerd de correcte bandenspanning te herstellen.

Zodra de normale bedrijfsomstandigheden van het voertuig hersteld zijn, de procedure Reset banden uitvoeren.

BELANGRIJK Rijd niet verder met een of meerdere lekke banden, dit kan de bestuurbaarheid van de auto in gevaar brengen.

Breng het voertuig tot stilstand, voorkom bruusk remmen en sturen.

Storing iTPMS/iTPMS tijdelijk uitgeschakeld Het waarschuwingslampje knippert ongeveer 75 seconden en blijft daarna permanent branden (er verschijnt ook een bericht op het display) om aan te geven dat het systeem tijdelijk uitgeschakeld of defect is.

Het systeem gaat weer normaal werken zodra de bedrijfsomstandigheden dat toelaten. Als dat niet het geval is de Resetprocedure uitvoeren na het herstellen van de normale bedrijfsomstandigheden.

Als de storingswaarschuwing zich blijft voordoen, zo snel mogelijk contact opnemen met een het Fiat Servicenetwerk.

STADSLICHT EN DIMLICHT - FOLLOW ME HOME

Stadslicht en dimlicht Het lampje gaat branden wanneer het stadslicht en het dimlicht worden ingeschakeld.

Follow Me Home Het waarschuwingslampje gaat branden, bij sommige versies verschijnt er ook een bericht op het display, als het "Follow me home"-systeem in gebruik is.

MISTLAMPEN

Het lampje gaat branden wanneer de mistlampen worden ingeschakeld.

LINKER RICHTINGAANWIJZER

Het lampje gaat branden wanneer de richtingaanwijzerhendel omlaag wordt verplaatst of, samen met de rechter richtingaanwijzer, wanneer de drukknop voor de alarmknipperlichten wordt ingedrukt.

RECHTER RICHTINGAANWIJZER

Het lampje gaat branden wanneer de richtingaanwijzerhendel omhoog wordt verplaatst of, samen met de linker richtingaanwijzer, wanneer de drukknop voor de alarmknipperlichten wordt ingedrukt.

INSCHAKELEN CRUISE CONTROL

Het lampje gaat branden wanneer de cruise control ingeschakeld is.

DE SPEED LIMITER INSCHAKELEN

Het waarschuwingslampje gaat branden wanneer de speed limiter wordt geactiveerd.

GROOTLICHT

Het lampje gaat branden wanneer het grootlicht wordt ingeschakeld.

INSCHAKELING ELEKTRISCHE STUURBEKRACHTIGING "DUALDRIVE"

De indicatie CITY gaat aan wanneer de elektrische stuurbekrachtiging "Dualdrive" wordt ingeschakeld door op de "CITY"- knop op het dashboard te drukken. Druk nogmaals op de knop om de functie uit te schakelen.

SPORTFUNCTIE AAN

De indicatie SPORT verschijnt op het display wanneer de "SPORT"-functie wordt geselecteerd door te drukken op de bijbehorende knop op het dashboard. De indicatie SPORT verdwijnt wanneer er nogmaals op de knop wordt gedrukt.

Bij sommige versies wordt in plaats van de indicatie "SPORT" een scherm weergegeven.

ECO FUNCTIE AAN

De indicatie ECO verschijnt op het display wanneer de "ECO"-functie wordt geselecteerd door te drukken op de bijbehorende knop op het dashboard. De indicatie ECO verdwijnt wanneer er nogmaals op de knop wordt gedrukt.

Op sommige versies wordt in plaats van de indicatie "ECO" een scherm weergegeven.

DUALOGIC VERSNELLINGSBAK BERICHTEN Bij versies uitgerust met "Dualogic" versnellingsbak, kunnen de volgende berichten worden weergegeven: Versnelingen verminderen – Manuele modus niet beschikbaar – Automatische modus niet beschikbaar – Te hoge temperatuur koppeling – Rempedaal indrukken – Rempedaal indrukken - Vertraagde start – Versnelling niet beschikbaar Manoeuvre niet toegestaan – Rempedaal indrukken en manoeuvre herhalen – Schakelen naar vrijstand.
Zie ook:

Toyota Aygo. Ruitenwisser en -sproeier
Bedienen van de ruitenwisserhendel Bedien de hendel als volgt om de ruitenwissers te bedienen.   Uit Intervalstand Lage snelheid ruitenwissers Hoge snelheid ruitenwissers Enkele sla ...

Hyundai i10. MENU: MP3 CD*, USB
Druk de [MENU]-toets voor de modus USB in om de functies Repeat, Folder Random, Folder Repeat, All Random, Information en Copy te gebruiken. * indien van toepassing Herhalen: [1] Toets Her ...

Hyundai i10. MENU: Telefoon (Type A-1)
Druk toets [PHONE] in om de drie menu's weer te geven (Call History (Oproepoverzicht), Phone book (telefoonboek), Phone Setup (telefoon instellen). Overzicht: [1] Toets Het oproepoverzicht ...

Modellen: