Peugeot 108: 12V-accuProcedure voor het gebruik van een hulpaccu voor het starten van de motor met behulp van startkabels en voor het laden van een lege accu.
Algemeen
12V-loodaccu
| Accu's bevatten giftige stoffen zoals zwavelzuur en lood.
Ze moeten worden verwerkt conform de regelgeving en mogen in geen geval met het huishoudelijke afval worden weggegooid. Breng de gebruikte batterijen en accu's naar een speciaal inzamelpunt. |

| Deze sticker hoort bij het Stop & Start-systeem en geeft aan dat er een speciale 12V-loodaccu is gebruikt die alleen losgekoppeld en/of vervangen mag worden door het PEUGEOTnetwerk of een gekwalificeerde werkplaats. |
| Bescherm uw ogen en gezicht voordat u handelingen aan de accu
uitvoert.
Voer ingrepen aan de accu uitsluitend uit in een goed geventileerde ruimte, ver van open vuur of vonken veroorzakende bronnen, om elk risico van brand- of explosiegevaar uit te sluiten. Was uw handen als de werkzaamheden beëindigd zijn. |
| Voordat u werkzaamheden uitvoert Zet de
auto stil, trek de parkeerrem aan, zet de versnellingsbak in de
neutraalstand en zet vervolgens het contact af.
Controleer of alle elektrische functies van de auto zijn uitgeschakeld. |
| Na het monteren van de accu duurt het even voordat het Stop & Startsysteem weer zal werken, hoe lang dit duurt is afhankelijk van klimatologische omstandigheden en de laadtoestand van de accu (kan tot ongeveer 8 uur duren). |
Toegang tot de accu

De accu bevindt zich onder de motorkap.
Voor toegang tot de (+) klem:
| Het aanduwen om de motor te starten is bij een auto met ETG-versnellingsbak niet toegestaan. |
Starten van de motor met een hulpaccu en startkabels
Als de accu van uw auto ontladen is, kan de motor worden gestart met een hulpaccu (externe accu of een accu van een andere auto) en startkabels of een startbooster.
| Start de motor nooit door een acculader aan te sluiten.
Gebruik nooit een startbooster van 24 V of hoger. Controleer eerst of de nominale spanning van de hulpaccu 12 V bedraagt en of de capaciteit van de hulpaccu minimaal gelijk is aan die van de ontladen accu. De twee auto's mogen elkaar niet raken. Schakel alle stroomverbruikers (autoradio, ruitenwissers, verlichting enz.) van beide auto's uit. Zorg ervoor dat de startkabels zich niet in de buurt van bewegende delen van de motor (ventilateur, riem enz.) bevinden. Koppel de pluspool (+) van de accu niet los terwijl de motor draait. |

Als de motor niet direct start, zet dan het contact af en wacht even alvorens een nieuwe poging te doen.
Vóór het loskoppelen van de accukabels Wacht 2 minuten na het afzetten van het contact.
Sluit de ruiten, het elektrisch bedienbare vouwdak en de voorportieren voordat u de accukabels loskoppelt.
Na het weer aansluiten van de accukabels Zet het contact aan en wacht 1 minuut alvorens de motor te starten, zodat de elektronische systemen geïnitialiseerd kunnen worden.
Raadpleeg het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats als er zich na deze handeling toch nog problemen voordoen
Laden met behulp van een acculader
| Een aantal functies, waaronder het Stop & Start-systeem, is niet beschikbaar als de laadtoestand van de accu onvoldoende is. |
| Probeer niet een bevroren accu op te laden. Risico van explosie! Als de accu bevroren is geweest, laat deze dan door het PEUGEOT-netwerk of door een gekwalificeerde werkplaats controleren op beschadigingen van de inwendige delen en op scheuren in de behuizing (kans op lekkage van giftig en corrosief zuur). |
Mercedes-Benz A-Klasse. Spoorassistent inschakelen
De spoorassistent met de boordcomputer
inschakelen, daartoe Standaard
of Adaptief selecteren
.
Als sneller dan 60 km/h wordt gereden en de
rijstrookmarkeringen w ...
Hyundai i10. Controle van het koelvloeistofpeil
WAARSCHUWING
Het verwijderen van
de radiatordop
Probeer nooit om de radiatordop
te verwijderen terwiji de motor
draait of heet is. Dit zou kunnen
leiden tot schade aan het koelsy ...
Citroen C1. Active City Brake
Active City Brake is een rijhulpfunctie die
beoogt een frontale aanrijding te voorkomen
of de snelheid van een frontale aanrijding
te verminderen wanneer de bestuurder niet
of te laat ingrijpt ...