Fiat 500: Gordels en gordelspanners - Veiligheid - Fiat 500 - InstructieboekjeFiat 500: Gordels en gordelspanners

Fiat 500 / Fiat 500 - Instructieboekje / Veiligheid / Gordels en gordelspanners

VEILIGHEIDSGORDELS

Alle stoelen van het voertuig zijn uitgerust met veiligheidsgordels met drie verankeringspunten en een oprolautomaat.

Het mechanisme van de oprolautomaat werkt door vergrendeling van de gordel wanneer er heftig geremd wordt of door een sterke deceleratie wegens een botsing.

Zo kan de gordel vrij schuiven en kan hij zich aanpassen aan het lichaam van de inzittende. In het geval van een ongeluk zal de gordel vergrendelen waardoor het risico op botsing binnen het passagierscompartiment en op het naar buiten geprojecteerd worden, wordt gereduceerd.

De chauffeur is verantwoordelijk voor het in acht nemen van de plaatselijke wettelijke voorschriften met betrekking tot het gebruik van veiligheidsgordels en dien er ook voor te zorgen dat de overige inzittenden dit doen.

Maak de veiligheidsgordels altijd vast alvorens weg te rijden.

Gebruik van de veiligheidsgordels

De veiligheidsgordel moet omgelegd worden terwijl men goed rechtop, met de rug tegen de rugleuning zit.

Pak, om de gordel om te leggen, de gesp A fig. 67 en steek deze in de sluiting B, totdat de klik van het vergrendelen wordt gehoord.

Als tijdens het uittrekken de gordel blijft blokkeren, laat hem dan een stukje teruglopen en trek hem vervolgens langzaam uit.

Druk op knop C fig. 67 om de riem los te laten.

Begeleid de gordel tijdens het teruglopen, zodat hij niet draait.

VEILIGHEIDSGORDELS

De oprolautomaat kan blokkeren als het voertuig op een steile helling staat: dit is normaal.

Bovendien blokkeert de oprolautomaat als de gordel snel word uitgetrokken of bij hard remmen, botsingen en bij bochten die op hoge snelheid worden genomen.

De achterbank is voorzien van driepuntsveiligheidsgordels met oprolautomaat.

OPMERKING Leg de achterste veiligheidsgordels om zoals getoond in fig. 68.

VEILIGHEIDSGORDELS

BELANGRIJK Als de achterbankleuning na het neerklappen weer in de normale stand wordt geplaatst, controleer dan of de veiligheidsgordels zodanig geplaatst zijn dat ze klaar voor gebruik zijn.

SBR-SYSTEEM (voor bepaalde versies/markten)

Het SBR-systeem waarschuwt de passagiers op de voorstoel en achterbank (voor bepaalde versies/markten) als hun veiligheidsgordel niet is omgelegd. Het systeem signaleert niet vastgemaakte veiligheidsgordels met visuele waarschuwingen (waarschuwingslampjes branden op het instrumentenpaneel en pictogrammen op het display) en een geluidssignaal (zie de volgende paragrafen).

OPMERKING Neem contact op met het Fiat Servicenetwerk om dit geluidssignaal permanent te laten uitschakelen. Het geluidssignaal kan te allen tijde via het display van het Setup- menu weer ingeschakeld worden.

Werking controlelampje veiligheidsgordels

Het systeem waarschuwt de bestuurder en de passagier op de voorstoel als hun veiligheidsgordel niet is vastgemaakt, als volgt:

VOORAANSPANNERS

Het voertuig is uitgerust met veiligheidsgordels voor met gordelspanners, die bij een heftige frontale botsing perfecte aansluiting garanderen van de veiligheidsgordels aan het lichaam van de inzittende voordat de blokkeringswerking begint.

Deze auto is ook uitgerust met een tweede gordelspanner (gemonteerd bij de dorpellijst). De activering hiervan kan herkend worden aan de verkorting van de metalen kabel.

Tijdens de werking van de gordelspanner kan er wat rook ontsnappen. Deze rook is niet schadelijk en duidt niet op brandgevaar.

De gordelspanner behoeft geen onderhoud of smering: elke verandering van de oorspronkelijke conditie zal de werking ervan benadelen.

Als de gordelspanner door extreme natuurlijke gebeurtenissen (bijv. overstromingen, vloedgolven enz.) met water en modder in contact is geweest, dan moet hij worden vervangen.

BELANGRIJK Voor een maximale bescherming door de gordelspanners moet de veiligheidsgordel zo worden omgelegd dat hij goed op borst en bekken aansluit.

KRACHTBEGRENZERS

Voor een nog betere bescherming van de inzittenden bij een ongeval, zijn de oprolautomaten van de gordels voor voorzien van een krachtbegrenzer die bij een frontale aanrijding de piekbelasting op de borst en schouders beperkt.

ALGEMENE WAARSCHUWINGEN VOOR HET GEBRUIK VAN DE VEILIGHEIDSGORDELS

Ook zwangere vrouwen moeten de veiligheidsgordel omleggen: voor zwangere vrouwen en het ongeboren kind wordt het risico op verwondingen bij een ongeval fors ingeperkt als de gordel wordt gedragen.

Natuurlijk moeten zwangere vrouwen wel het onderste deel van de gordel lager omleggen, zodat de gordel over het bekken en onder de buik komt (zie fig. 69).

Naar gelang de zwangerschap verder gevorderd is, moet de bestuurder zowel de stoel als het stuurwiel zodanig verstellen dat volledige controle over het voertuig mogelijk is (pedalen en stuurwiel moeten gemakkelijk bereikbaar zijn).

De maximale speling tussen de buik en het stuurwiel moet aangehouden worden.

ALGEMENE WAARSCHUWINGEN VOOR HET GEBRUIK VAN DE VEILIGHEIDSGORDELS

Zorg dat de gordelband nooit gedraaid is. Het bovenste gordelgedeelte moet over de schouder en schuin over de borst liggen. Het onderste gordelgedeelte moet over de heupen en dus niet over de buik liggen.

Steek nooit voorwerpen (wasknijpers, klemmen enz.) tussen de gordel en het lichaam van de inzittende fig. 70.

ALGEMENE WAARSCHUWINGEN VOOR HET GEBRUIK VAN DE VEILIGHEIDSGORDELS

Elke gordel mag slechts door één iemand gebruikt worden. Vervoer nooit kinderen op de schoot van inzittenden met één veiligheidsgordel voor beiden.

Plaats in het algemeen geen enkel voorwerp tussen de gordel en het lichaam van een inzittende fig. 71.

ALGEMENE WAARSCHUWINGEN VOOR HET GEBRUIK VAN DE VEILIGHEIDSGORDELS

ONDERHOUD VAN DE VEILIGHEIDSGORDELS

Volg voor het juiste onderhoud van de veiligheidsgordels de volgende aanwijzingen zorgvuldig op:

Zie ook:

Peugeot 108. Veiligheidsgordels
Veiligheidsgordels vóór De veiligheidsgordels vóór zijn voorzien van een pyrotechnische gordelspanner en een spankrachtbegrenzer. Deze systemen zorgen voor extra bescherming van de bestuur ...

Mercedes-Benz A-Klasse. RACE START activeren
Met de linkervoet het rempedaal indrukken en ingedrukt houden. Aan beide stuurwielschakelpaddles trekken en deze vasthouden. Op het multifunctioneel display v ...

KIA Picanto. Motorolie en oliefilter
De motorolie moet worden ververst en het filter moet worden vervangen volgens de intervallen van het onderhoudsschema. Als er onder ongunstige omstandigheden gereden wordt, moet de olie vaker ...

Modellen: