Citroen C1: Automatische airconditioning - Ergonomie en comfort - Citroen C1 - InstructieboekjeCitroen C1: Automatische airconditioning

De airconditioning werkt bij draaiende motor.

Automatische airconditioning

Automatisch programma

Het is raadzaam deze stand te gebruiken: het systeem regelt de temperatuur, de luchtopbrengst, de luchtverdeling naar de luchtroosters en de luchtrecirculatie automatisch en optimaal aan de hand van de door u ingestelde waarde.

Het systeem kan tijdens alle seizoenen effectief gebruikt worden, mits de ruiten en het elektrisch bedienbare vouwdak zijn gesloten.

Met het oog op uw comfort worden de instellingen van de airconditioning de volgende keer dat de auto wordt gestart, gehandhaafd.

Om bij koude motor de toevoer van koude lucht te beperken, wordt de ventilatie geleidelijk op het optimale niveau gebracht.

Druk op de toets "AUTO".

Het symbool "AUTO" wordt weergegeven

Door nogmaals op de toets "AUTO" te drukken kunt u achtereenvolgens een van de volgende programma's kiezen:

Voor een optimale werking van het systeem.

Voor een optimaal thermisch comfort met een beperkte luchtstroom.

Voor een dynamische luchttoevoer via voornamelijk de zijventilatieroosters.

Handmatig instellen

Het is mogelijk één of meer functies van de airconditioning handmatig in te stellen, terwijl de overige functies automatisch worden geregeld.

Het symbool "AUTO" gaat uit.

Bij het indrukken van de toets "AUTO" zal het systeem weer volledig automatisch functioneren.

In de handbediende stand kunnen onaangename verschijnselen optreden (temperatuur, vocht, stank, beslagen ruiten) en is het comfort niet optimaal.

Temperatuurregeling

De op het display weergegeven waarde heeft betrekking op een bepaald comfortniveau en niet op de werkelijke temperatuur in graden Celsius of Fahrenheit.

Duw deze toets omlaag om de waarde te verlagen of omhoog om de waarde te verhogen.

Instelling op een waarde van ongeveer 21 biedt een optimaal comfort. Desgewenst kunt u een andere waarde instellen, die gebruikelijk tussen 18 en 24 ligt.

Als de temperatuur in de auto bij het instappen veel lager of hoger is dan de ingestelde waarde, heeft het geen zin om voor een optimale temperatuur de ingestelde waarde te wijzigen.

Het systeem compenseert automatisch en zo snel mogelijk het temperatuurverschil.

Om het interieur maximaal te koelen of te verwarmen kunnen de minimale waarde (14) en de maximale waarde (28) worden overschreden.
  • Duw de toets van de temperatuurregeling omlaag tot "LO" wordt weergegeven of omhoog tot "HI" wordt weergegeven.

Regeling luchtopbrengst

Druk op deze toets om de luchtopbrengst te verhogen.

Druk op deze toets om de luchtopbrengst te verlagen.

Het symbool van de luchtopbrengst, de ventilator, wordt geleidelijk voller.

Regeling luchtverdeling

Druk deze toets herhaaldelijk in om de luchtstroom te verdelen naar:

Toevoer van buitenlucht/ luchtrecirculatie

Bij het indrukken van deze toets wordt de toevoer van buitenlucht afgesloten.

Het symbool van de luchtrecirculatie wordt weergegeven.

Deze stand dient om de toevoer van buitenlucht bij stank en rook af te sluiten.

Druk op de toets "AUTO" om de automatische toevoer van buitenlucht te hervatten. Het symbool van de luchtrecirculatie gaat uit.

Gebruik de luchtrecirculatie alleen als dit echt nodig is, omdat hierdoor de ruiten sneller beslaan en de kwaliteit van de interieurlucht verslechtert.

Airconditioning AAN/UIT

Druk op deze toets om de airconditioning uit te schakelen.

Door de airconditioning uit te schakelen kunnen onaangename verschijnselen optreden (vochtigheid, beslagen ruiten).

Druk de toets nogmaals in om de automatische werking van de airconditioning te hervatten.

Het symbool "A/C" wordt weergegeven

Uitschakelen van het systeem

Druk op de toets van de luchtopbrengstregeling tot het symbool van de ventilator is verdwenen.

Hierdoor worden alle functies van het systeem uitgeschakeld.

Het thermische comfort wordt niet meer geregeld. Een zwakke luchtstroom, veroorzaakt door de verplaatsing van de auto, blijft voelbaar.

Druk nogmaals op de toets "AUTO" om het systeem weer met de laatstingestelde waarden in te schakelen.

Het is raadzaam om niet langdurig met uitgeschakelde airconditioning te rijden (kans op beslagen ruiten en verminderde luchtkwaliteit).
Zie ook:

Mercedes-Benz A-Klasse. Regensluiting als de auto is geparkeerd
Het regensluiting is alleen bij auto's met regensensor mogelijk. Als de sleutel in het contactslot in de stand staat of verwijderd is, wordt het panoramaschuifdak automatisch ...

Fiat 500. Slepen van de auto
Versie met Dualogic versnellingsbak Verzeker u ervan dat de versnellingsbak in de vrijstand staat (N) (door te controleren of het voertuig door te duwen verplaatst kan worden) en ga vervolgens te ...

KIA Picanto. Als de motor niet of langzaam ronddraait
1. Controleer als uw auto is uitgerust met een automatische transmissie of de selectiehendel in stand N (neutraal) of P (parkeren) staat en of de parkeerrem geactiveerd is. 2. Controleer of de ...

Modellen: